Normenkader voor goed intern toezicht bij pensioenfondsen
TERUG NAAR DE VITP SITE
De Toezichtcode

Principe 1

De zorg voor het pensioen van de deelnemer is leidend voor het toezichthouden.

De primaire taak van een pensioenfonds is om voor de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden de uitvoering van de afgesproken pensioenregeling te realiseren. De toezichthouder verricht zijn werkzaamheden vanuit dat perspectief. Dit betekent dat toezichthouders onder meer bezien of de strategie van het fonds, het fondsbeleid en de governance in voldoende mate aansluiten bij deze taak. Ook beziet het intern toezicht of het fonds effectief wordt bestuurd.

Normen
  1. Geen enkel onderwerp valt buiten de reikwijdte van het toezicht
    Om het intern toezicht voldoende ruimte te geven is het wenselijk dat op voorhand geen enkel onderwerp is uitgesloten.
  2. De toezichthouders vormen zich een oordeel over de wijze waarop het bestuur de missie, visie en strategie van het fonds vaststelt
    De toezichthouders beoordelen of het fonds de missie, visie en strategie zorgvuldig heeft vastgesteld. Tevens beoordelen de toezichthouders of de doelstellingen en uitgangspunten zorgvuldig zijn vastgesteld.
  3. De toezichthouders vormen zich een oordeel over de besturing van het fonds
    De toezichthouders bezien of de bestuurlijke inrichting van het fonds doordacht en adequaat is en of het bestuur zich met regelmaat de vraag stelt of de bestuurlijke inrichting nog steeds adequaat is. Ook bezien de toezichthouders of er een duidelijke verdeling is van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Daarbij beoordelen de toezichthouders of het bestuur, waar nodig, de andere fondsorganen in voldoende mate betrekt bij het beleid. De toezichthouders vormen zich niet alleen een oordeel over de geschiktheid van het bestuur, maar ook over het gedrag en de cultuur binnen het fonds.
  4. De toezichthouders vormen zich een oordeel over de bedrijfsvoering van het fonds
    Een beheerste en integere bedrijfsvoering is de basis van goed pensioenfondsbestuur. Hierbij wordt in het bijzonder bezien of de organisatorische inrichting in voldoende mate borg staat voor een continu inzicht in en overzicht van de belangrijkste risico’s in hun onderlinge samenhang. De toezichthouders beoordelen of het fonds de risico’s in voldoende mate beheerst.
  5. De toezichthouders vormen zich een oordeel over het beleid van het fonds
    De toezichthouders bezien of het beleid van het fonds in overeenstemming is met de missie, visie, strategie, doelstellingen en uitgangspunten van het fonds. De toezichthouders beoordelen tevens of het beleid voldoende effectief is en of een evenwichtige afweging van belangen heeft plaatsgevonden. De toezichthouders beoordelen of de beleidsoverwegingen van het bestuur voldoende kenbaar zijn.
Wet- en regelgeving

Deelnemer centraal Op grond van artikel 105, lid 2 Pensioenwet richten ook de mede-beleidsbepalers zich bij de vervulling van hun taak naar de belangen van de bij het pensioenfonds betrokken deelnemers en zorgen ervoor dat dezen zich door hen op evenwichtige wijze vertegenwoordigd kunnen voelen.

Taken intern toezicht In artikel 104 Pensioenwet zijn de taken opgesomd van het intern toezicht. In het tweede lid van dit artikel gaat het specifiek over de taken van de raad van toezicht. Op overeenkomstige wijze geldt dit voor de niet-uitvoerende bestuurders in een gemengd model. In het achtste lid van artikel 104 Pensioenwet gaat het over de taken van de visitatiecommissie. Het intern toezicht dient toezicht te houden op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken binnen het fonds. Ten minste dient het intern toezicht toe te zien op adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging. Norm 46 van de Code Pensioenfondsen voegt hier aan toe dat het intern toezicht moet bijdragen aan effectief en slagvaardig functioneren van het fonds en aan beheerste en integere bedrijfsvoering. In norm 47 van de Code Pensioenfondsen is bepaald dat het intern toezicht de Code Pensioenfondsen betrekt bij de uitoefening van zijn taak.

Missie, visie, strategie, doelstellingen en uitgangspunten Op grond van norm 3 van de Code Pensioenfondsen dient het bestuur een missie, visie en strategie op te stellen. Artikel 102a lid 1 PW verlangt dat een bestuur in overleg met overige organen van het fonds de doelstellingen en beleidsuitgangspunten vastlegt. De organen van het fonds gebruiken deze doelstellingen en uitgangspunten onder meer bij de toetsing van de opdrachtaanvaarding en bij de besluitvorming, de verantwoording, de advisering en het toezicht binnen het pensioenfonds.

Handreikingen

Het intern toezicht doet er goed aan om zich vragen te stellen als:

  • is er een goed onderbouwd plan? (strategie)
  • Is er een goed team? (bestuur)
  • Werkt het team aan het plan?

Dat betekent dat het accent ligt op consistentie en samenhang. Missie, visie en strategie moeten een logisch geheel zijn, de gekozen stuurvariabelen moeten passen bij strategie en beleid en rapportages en dashboards moeten aansluiten op die stuurvariabelen.

Voor wat betreft de samenstelling van het bestuur geldt dat het intern toezicht geen werkgeversrol heeft. Dat neemt niet weg dat er aandacht kan worden besteed aan profielschetsen, zelfevaluaties van het bestuur, de cultuur aan de bestuurstafel en de manier waarop vergaderd wordt en vergaderingen worden voorbereid.